In de winter heb ik hard gewerkt aan mijn start. Nu het seizoen er weer aankomt, heb ik vooral zin in de wedstrijden.

Trainen is leuk, maar wedstrijden zijn leuker. Daar ben je per slot van rekening topsporter voor. Vorige week hadden we wedstrijden in Caen en daar heb ik dan ook echt van genoten. Op zaterdag heb ik alle rondjes gewonnen tot aan de finale. Toen begon de vermoeidheid te komen. We zitten midden in een zware trainingsperiode. Normaal gesproken neem je voor een belangrijke wedstrijd gas terug, maar dit was een oefenwedstrijd dus we wilden gewoon hard doortrainen. Ook de reis van acht uur in de camper naar Frankrijk brak me op. Uiteindelijk werd ik in de finale derde. Daar was ik, zeker gezien de voorbereiding, best tevreden mee. Op zondag was ik een stuk frisser en dat leidde tot winst in de finale. Dat is lekker want als topsporter wil je natuurlijk altijd winnen, oefenwedstrijd of niet.

“Maar meer nog dan van de resultaten kreeg ik een goed gevoel van mijn starts”

Goed gevoel
Hoewel natuurlijk lang niet alle internationale toprijdsters aanwezig waren, was de concurrentie in Caen best sterk. Magalie Pottier is een oud-wereldkampioen en Laëtitia Le Corguillé pakte in 2008 Olympisch zilver en in 2012 was zij vierde in de Olympische finale. Na een lange winter weet je nooit echt hoe je ervoor staat, dus ik beschouw mijn resultaten wel als een indicatie dat we op de goede weg zijn. Maar meer nog dan van de resultaten kreeg ik een goed gevoel van mijn starts. Constant goed starten was een van mijn belangrijkste doelen voor komend jaar. Daar hebben we de afgelopen winter hard aan gewerkt en het is fijn om te merken dat hard werken uitbetaalt.

Niet dood analyseren
Tussen de wedstrijden door evalueren we altijd en als het goed gaat hoeft dat niet lang te duren. Ik hou zelf niet zo van al te uitgebreide analyses. Ik zit gewoon liever op de fiets. Je kunt eindeloos praten, maar de beste voorbereiding op een wedstrijd doe je niet achter het bureau. Eind februari was ik daarom ook een week in Manchester. Daar rijden we op 12-13 maart de British Open en op 9-10 april is er een wereldbekerwedstrijd. Voor een wereldbeker krijg je altijd drie uur trainingstijd op de baan. Dat is niet zoveel en als je de baan goed wil leren kennen, moet je die drie uur vlak voor zo’n wedstrijd dus goed benutten. In Manchester is dat straks voor mij niet meer nodig, want na de trainingen afgelopen week en de British Open ken ik die baan erg goed. Daardoor hoef ik niet per se voluit te gaan in die drie trainingsuren en kan ik vlak voor de wedstrijden energie sparen.

“Als ik probeer zo’n baan te leren kennen, gaat het vooral om keuzes”

De baan in Manchester is indoor. Ze hebben de baan onlangs aangepast en hij is behoorlijk technisch. Omdat hij vrij kort is, is de start heel belangrijk, maar op de technische stukken kun je nog behoorlijk veel foutjes maken en daar kun je dus ook weer van profiteren. Ik hou daar wel van. Als ik probeer zo’n baan te leren kennen, gaat het vooral om keuzes. Alle heuvels zijn anders. De ene heuvel kun je beter springen en de andere gaat sneller op het achterwiel. Dat hangt ook af van de snelheid waarmee je aankomt. Met dat soort keuzes kun je veel verschil maken. We zetten de trainingen vaak op video, maar ook dat moet je niet dood analyseren. Ik merk meestal zelf op de fiets wel of het goed gaat of niet en de tijden liegen natuurlijk ook niet.

Treintjes rijden
Vanaf half maart brandt het seizoen echt los. Na de British Open vliegen we naar Zuid-Amerika voor de wereldbekerwedstrijd in Argentinië eind maart. Tussendoor gaan we nog naar Rio de Janeiro voor drie trainingsdagen op de Olympische baan. In september vorig jaar hebben we daar een testevent gehad en toen was de baan nog niet helemaal goed. De organisatie wil de baan nu opnieuw testen en dat is de laatste kans om op de Olympische baan te rijden vóór de Spelen. Ik hoop dat het nu in orde is, want er is behoorlijk veel discussie over geweest. Je merkt de laatste jaren dat baanbouwers steeds spectaculairdere banen maken.

“Als rijders willen we juist dat er een echte wedstrijd kan worden gereden”

De banen van tegenwoordig zijn veel moeilijker dan bijvoorbeeld de Olympische baan van 2008 in Beijing. De keerzijde van die spectaculaire banen is dat je nauwelijks meer kan inhalen en dan wordt het treintje rijden na de start. Als rijders willen we juist dat er een echte wedstrijd kan worden gereden. In Rio hebben we met alle rijders bij elkaar gezeten en gezamenlijk gezegd dat het te ver ging met de extreme banen. Ik ben dus erg benieuwd hoe het er straks bij ligt.

Vóór de Olympische Spelen staat het WK op het programma in Colombia. Die baan ken ik ook nog niet, maar het zal zeker een behoorlijk extreme baan zijn. Hij is ontworpen door dezelfde baanbouwer als in Rio en het is de thuisbaan van Olympisch kampioene Mariana Pajon, die ook heeft meegeholpen met het ontwerp. Ik heb er nog niet gefietst, maar ik hoop dat we op het WK niet alleen maar in treintjes rondrijden.

Finales en podiumplekken
Hoewel ik in mijn achterhoofd natuurlijk wel bezig ben met het WK en de Spelen, richt ik me nu eerst op de wereldbekerwedstrijden. Ik moet me toch eerst ook nog verzekeren van een ticket voor Rio. Mijn doel is nu eerst om zoveel mogelijk finales te rijden en dan mik ik natuurlijk ook altijd op het podium. Als dat lukt, hoef ik me over die kwalificatie ook geen zorgen te maken. Na de lange winter sta ik echt te trappelen om weer lekker wedstrijden te gaan rijden.